
In een ode aan Marie Ghyselin, meesterghe van Het Begijnhof in de 16e eeuw, kreeg het vakantiehuis de naam Het Huis van Marie.
Marie Ghyselin was welgesteld en vrijgevig: ze regelde op 9 maart 1549 met de kerkmeesters van
de St.-Niklaaskerk de fondatie van een jaargetijde voor haar eigen zielerust en deed ze aan dezelfde kerk een schenking om de betaling te verzekeren ‘van het orghelen ende blazen vander messe van den Heileghen Cruuce, die men alle weke celebreert sVrijdaechs ten achte hueren…’
Waan je terug in de tijd en laat je meevoeren op het ritme van de natuur. Het weidse ongerepte landschap en de verbluffende vergezichten zijn de ideale plek om tot rust te komen.
Het begijnhof werd vermoedelijk in de eerste helft van de 13de eeuw gesticht en is één van de drie begijnhoven in West-Vlaanderen naast Brugge en Kortrijk.
Bij de aanleg van de versterkingen rond Diksmuide kwam het binnen de omwalling te liggen.
De nabije Handzamevaart stelde de begijntjes in staat de kost te verdienen met het wassen, bleken en verwerken van wol, laken en linnen. Ook zieken verzorgen en kantklossen behoorden tot hun activiteiten.
Het werd in zijn geschiedenis onder meer geteisterd door brand, verbeurdverklaring en zelfs totale vernietiging door bombardementen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vanaf 1923 startte de wederopbouw naar het ontwerp van de architecten Joseph en Luc Viérin (Brugge) en Richard Acke (Kortrijk). Het begijnhof kreeg een sociale rol, eerst als rusthuis en sinds 1990 wonen er personen met een verstandelijk beperking die ondersteund worden door De Lovie vzw.
Het begijnhof is beschermd als monument sinds 3 februari 2000.
Het binnenplein geeft ook toegang tot de heropgerichte kapel met een glasraam uitgevoerd in het atelier van A. Mestdagh te Gent, in samenwerking met de ontwerper Harold Van De Perre. Het geheel bestaat uit antiek glas, stuk voor stuk bewerkt met bijschildering om dan gebakken te worden.